1 van de 10 watermolens
Zeker is dat er in totaal tien molens door het water van de St. Jansbeek werden aangedreven. Daarvan stonden er vijf in Park Sonsbeek, het stroomgebied van de beek, twee aan de rand van de stad en drie binnen de stadsmuren van Arnhem.
Van deze molens is er nog een over, de nog bijna dagelijks werkende Witte Watermolen. Het is de tweede molen op deze plaats. Zijn voorganger was de Jammerlo (of Jammerloes) molen die waarschijnlijk in 1281 is gebouwd. In de nu nog bestaande molen, die in ca. 1470 werd gebouwd, zijn nog sporen van de oude molen te vinden. Watermolens waren destijds vaak eigendom van kloosters. Zo ook de Witte Watermolen, die waarschijnlijk in opdracht van de Benedictijner Abdij van Prüm in de Eiffel is gebouwd.
Vijf van de zeven molens stonden aan de linkerkant van de beek. Dit om logistieke redenen, immers er hoefden dan geen bruggen te worden aangelegd.
Alle molens die aan de beek lagen waren z.g. bovenslag-molens. Dat wil zeggen dat het water boven op het rad valt en de molen door het gewicht van het water gaat draaien. Voordeel is dat vrijwel al het water wordt gebruikt en het rendement dus hoog is.
De graanhandel
Vroeger stond in bijna elk dorp een korenmolen
Omdat er minder vervoersmogelijkheden waren moest alles dicht bij huis worden gezocht. Dit gold voor de boeren die het graan leverden maar ook voor de bakkers die het meel afnamen.
Natuurlijk moesten de producten ook verder verhandeld worden. In Arnhem was rond de 14e eeuw de graanmarkt bij de Rijnpoort gesitueerd. In de 15e eeuw verhuisde men naar de "Ney Merckt".
Nog weer later werd deze markt de Korenmarkt genoemd. Hier stonden ook herbergen en wijnhuizen waar de handelaren op hun onderhandelingen een borrel konden nemen. En natuurlijk stonden er de grote pakhuizen met graanzolders, waarvan enkele gevels nog duidelijk te herkennen zijn.
In 1845 bouwde men een overdekte marktgalerij.
Door de komst in 1865 van een graanmarkt in Zevenaar ondervond de korenhandel in Arnhem concurrentie, waardoor veel handelaren uit de Liemers wegbleven. Desondanks ging het goed met de handel. Maar toen goedkoop graan uit Amerika werd geïmporteerd moesten de prijzen van Hollands graan omlaag om te kunnen concurreren. Het graan bracht op een gegeven moment zó weinig op, dat de boeren het maar aan het vee voerden. Daar het Amerikaans graan bleef binnenkomen, ging het met de Hollandse handelaren steeds meer berg afwaarts. Uiteindelijk was de graanhandel op de Korenmarkt gedwongen te stoppen.
Vernieuwing
Door de industriële revolutie in de 19e eeuw raakten de molens buiten gebruik. Immers de op diesel werkende maalwerktuigen waren bedrijfszekerder dan de molens die op natuurlijke energie werkten. De molens raakten in verval waardoor het soms zelfs levensgevaarlijke objecten werden. Sloop was dan vaak de enige oplossing. Dit lot is de Witte Watermolen gelukkig bespaard gebleven.
Nieuw leven in de molen
In 1902, drie jaar na de aankoop van Park Sonsbeek door de gemeente Arnhem, kwam Otto van Silfhout als molenaar in de molen. Vier generaties Van Silfhout zouden de molen draaiende houden.
Na de Tweede Wereldoorlog werd er geen koren meer gemalen en omstreeks 1958 begon molenaar Piet van Silfhout een antiekhandel in de naast de molen gelegen schuur. In 1965 en 1966 werd de molen gerestaureerd en de heropening vond plaats op 8 juli 1966. In 1983, ter gelegenheid van het 750 jarig bestaan van Arnhem werd de schuur naast de molen als bezoekerscentrum ingericht. Met vrijwilligers begon Piet van Silfhout na de renovatie weer graan te malen en zo werd de oude functie van de molen in ere hersteld. In 1998 vond opnieuw een restauratie plaats. Piet van Silfhout stopte en het oude ambacht wordt nu voortgezet door vrijwilligers onder leiding van molenaar Ans Roefs.




