home watermolen

 

De geschiedenis van Bezoekerscentrum Sonsbeek is nauw verweven met die van het park. Park Sonsbeek is een bijna honderd hectare groot wandel- en recreatiepark op een sterk geaccidenteerd terrein met overwegend loofbomen waarvan sommige meer dan tweehonderd jaar oud zijn. De levensader van dit park is de Sint-Jansbeek die gevoed wordt door sprengen. Via overlopen, watervallen en vijvers stroomt de beek in de richting van het centrum van de stad. Daar baant de beek zich een, vooral ondergrondse, weg richting Nederrijn. De omstreeks 1470 gebouwde Witte Watermolen is een van de tien watermolens die ooit langs de Sint-Jansbeek stonden.

 

Wij weten dat in 1430 op de plaats waar zich nu de Grote Vijver bevindt het huis Het Gulden Spycker stond. Resten ervan zijn teruggevonden op het reigereiland in die vijver. In 1538 werd hertog Karel van Gelder de eigenaar van dit huis. Hij gebruikte het als buitenhuis en de omgeving als jachtterrein. Een deel daarvan is tot het midden van de zeventiende eeuw heidegrond geweest waarop schapen werden geweid. Daarna werd het langzamerhand tot bouwland ontgonnen.

 

De eigenlijke geschiedenis van het park begint wanneer vrouwe Adriana van Bayen in 1742 de zogenaamde Hartgersberg koopt, het hooggelegen gedeelte bij de huidige hoofdingang, en daar een huis laat bouwen. In 1778 werd burgemeester Pronck de eigenaar van het terrein. Hij zette het werk van de aanplant van diverse soorten bomen voort en voerde de naam Sonsbeek in. In 1806 werd baron de Smeth de volgende eigenaar. De Grote Vijver is in zijn opdracht gegraven.

 

Baron van Heeckeren van Enghuizen kocht in 1821 het landgoed van baron de Smeth. Hij gaf de tuinarchitecten Zocher en Petzholt de opdracht Sonsbeek om te vormen volgens de toentertijd opkomende Engelse landschapsstijl. Water speelde daarin een belangrijke rol. De vierkante en ronde vijvertjes van voorheen maakten plaats voor grillige waterloopjes met fraaie vijverpartijen. Natuurlijke hoogteverschillen in het landschap werden geaccentueerd door de aanleg van heuse watervallen. In Sonsbeek was reliëf van nature al aanwezig. Met de grond die door het graven van de waterpartijen vrijkwam, werd nog meer reliëf aangebracht.

De baron liet de Grote waterval, de hertenkamp en twee vijvers aanleggen. Ook werd de stenen Belvédère gebouwd.

 

Door het hele park treffen we fraaie panorama's en zichtassen aan, waarvan delen bewust door boomgroepen zijn afgeschermd. Geen strakke perken, zoals in de baroktuinen, maar juist het belemmeren van het zicht, moest de wandelaar nieuwsgierig maken. De afwisseling tussen bos en open veld en de hoogteverschillen bieden verrassende uitzichten op de stad Arnhem.

 

In 1899 wordt de gemeente Arnhem eigenaar van Sonsbeek. De aanzet daartoe werd gegeven door Ir. Tellegen, de directeur van gemeentewerken.

Het park werd opengesteld voor publiek, er er werden gidsen aangesteld die de bezoeker moesten rondleiden.